Job 42:11-17 Jobs antwoord aan God en zijn verdere lot 2

Al zijn broers en al zijn zusters, en iedereen die hem van vroeger kende, kwamen naar zijn huis om samen met hem te eten; ze schudden hun hoofd en troostten hem, omdat de HEER zoveel rampspoed over hem had uitgestort. En elk van hen gaf hem een geldstuk en een gouden ring. De HEER zegende Job in zijn latere leven nog meer dan in zijn vroegere,
Lees meer

Job 42:1-10 Jobs antwoord aan God en zijn verdere lot 1

Nu antwoordde Job de HEER: ‘Ik weet dat niets buiten Uw macht ligt en geen enkel plan voor U onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, Uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. “Luister,” zei ik, “dan zal ik spreken, ik zal U ondervragen, zeg mij wat U weet.” Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd.
Lees meer

Job 41:1-26 Gods antwoord aan Job 7

De hoop van elke aanvaller wordt beschaamd, alleen al bij zijn aanblik wordt hij teruggeworpen. Wie zou het wagen om hem op te schrikken? Wie kan aantreden om met hem te strijden? Wie daagt hem uit zonder daarvoor te boeten? Niemand, hij heeft op de hele aarde zijn gelijke niet. Ik zal niet zwijgen over zijn machtige dijen, over zijn geweldige krachten en fraaie gestalte. Wie kan zijn opperhuid afvillen? Wie dringt door zijn dubbele pantser heen? Wie heeft de kracht om zijn kaken te openen? Schrikwekkend gapen de tanden in zijn muil. Zijn rug is met schilden geschubd, ondoordringbaar verzegeld. Ze sluiten dicht op elkaar aan en laten niet de minste lucht door;
Lees meer

Job 40:15-32 Gods antwoord aan Job 6

Zie het nijlpaard dat Ik heb geschapen, net als jou; het eet gras als een rund. Hoe krachtig zijn zijn lendenen, hoe machtig de spieren van zijn buik! Hij kan zijn staart rechten als een ceder, de pezen van zijn dijen spannen zich in bundels. Zijn botten zijn staven van brons, zijn ribben stangen van ijzer. Hij is een van Gods eerste meesterwerken, tegen hem trekt alleen zijn Maker het zwaard. Zijn voedsel vindt hij in de bergen, waar de dieren van het veld zich vermaken.
Lees meer

Job 40:1-14 Gods antwoord aan Job 5

En de HEER vervolgde: ‘Een mens die met de Ontzagwekkende twist – kan hij Hem iets leren? Laat hij die God terechtwijst op dit alles antwoorden!’ En Job antwoordde de HEER: ‘Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal – en doe er het zwijgen toe.’
Lees meer

Job 39:13-30 Gods antwoord aan Job 4

Het struisvogelvrouwtje staat vrolijk te klapwieken, maar met haar slagpennen en veren is zij nog geen ooievaar. Ze legt haar eieren op de grond en laat haar legsel door het zand verwarmen; ze vergeet dat een voet het kan breken, dat een wild dier het kan vertrappen. Ze is hard voor haar jongen, alsof ze niet van haar zijn, onverschillig of haar moeite misschien voor niets geweest is, want God heeft haar elk inzicht onthouden en haar niet met wijsheid begiftigd.
Lees meer

Job 39:1-12 Gods antwoord aan Job 3

Weet jij wanneer de berggeit moet werpen? Ben jij getuige van de weeën van de hinde? Kun jij de maanden tellen dat ze moet dragen, weet jij wanneer ze moet baren, wanneer ze hurkt om te jongen, om van haar kalveren verlost te worden? Haar kroost wordt sterk en groeit op in het vrije veld, dan gaat het weg en het komt niet meer terug.
Lees meer

Job 38:22-41 Gods antwoord aan Job 2

Ken je de voorraadkamers van de sneeuw, heb je de voorraadkamers van de hagel gezien, die Ik heb aangelegd voor tijden van nood, voor dagen van oorlog en strijd? Hoe kom je op de plaats van waar het licht verspreid wordt, van waar de oostenwind over de aarde uitwaait? Wie heeft de geulen gekliefd voor de stromen, de weg voor donder en bliksem gebaand, zodat de regen neervalt op de onbewoonde aarde, op de woestijn waar geen mensen leven, en wildernis en woestenij doordrenkt raken en er overal jong gras opschiet? Heeft de regen een vader?
Lees meer

Job 38:1-21 Gods antwoord aan Job 1

En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei: ‘Wie is het die Mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand? Sta op, Job, wapen je; Ik zal je ondervragen, zeg Mij wat je weet. Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet. Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde? En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak?
Lees meer

Job 37:14-24 Elihu’s betoog 10

Laat dit tot je doordringen, Job, sta even stil en heb oog voor Gods wonderen. Weet jij hoe God ze onder Zijn bevel brengt, hoe Zijn licht de wolken doorboort? Weet jij hoe de wolken blijven zweven, hoe Hij die alles weet Zijn wonderen verricht? Wanneer de aarde in de zuidenwind verstart en de hitte jou in je kleren al te machtig wordt, kun jij dan als Hij de hemelkoepel uithameren,
Lees meer

0Shares